Twee lange, slanke danseressen staan midden op het doek, met de armen omhoog, boven het uitgaanspubliek van een grote stad. Om hen heen valt de nacht uiteen in vlakken van kobaltblauw, signaalrood, geel en smaragdgroen. Je ziet een maansikkel boven een hotel, de stalen spanten van een toren en de luifels van café’s met namen als “La Riche”. Onderin staan heren met hoge hoed en gleufhoed en een stel buigt zich over een fles wijn, een sigaret en een pakje lucifers. De sfeer is die van de jaren twintig in Parijs, geschilderd in de stijl van het kubisme en de art deco: stoutmoedig en vol beweging.




